vbw
Inlog leden
Over VBW  |  Contact  |  Lid worden
Hoofdstuk 4 - CAO
Verlof en bijzonder verlof

In hoofdstuk 4 vindt u de afspraken die de werkgevers en werknemers hebben gemaakt over vakantiedagen en bijzonder verlof. Ook wordt toegelicht wanneer een werkgever verlof wel of niet moet doorbetalen. Een aantal situaties waarin in deze branche bijzonder verlof wordt verleend, wijkt af van de Wet Arbeid en Zorg. Om die reden is een korte samenvatting van deze wet opgenomen. De cao-afspraken gaan in dit geval boven de wettekst. 

Hoofdstuk 4.    Verlof en bijzonder verlof 

Artikel 15.         Vakantiedagen

1. Een vakantiedag duurt 7,2 uur.
 
2. Het vakantiejaar loopt van 1 juni tot en met 31 mei.
 
3. De werknemer die een fulltime dienstverband heeft, kan over elk vakantie­jaar aanspraak maken op vakantie met behoud van loon gedurende 24 arbeidsdagen (=172,8 vakantie-uren). 

4. Als een werknemer de leeftijd van 50 jaar heeft bereikt, heeft hij recht op 2 extra vakantiedagen per vakantiejaar met behoud van loon (op fulltime basis).
Als een werknemer de leeftijd van 55 jaar heeft bereikt, heeft hij recht op 3 extra vakantiedagen per vakantiejaar met behoud van loon (op fulltime basis).
Als een werknemer de leeftijd van 60 jaar heeft bereikt, heeft hij recht op 4 extra vakantiedagen per vakantiejaar met behoud van loon (op fulltime basis). 

5. Het aantal vakantiedagen waarop een parttime werknemer recht heeft, wordt naar verhouding vastgesteld.

6. De aanspraken op vakantiedagen van een werknemer die slechts een deel van het vakantie­jaar in dienst van een werkgever is (geweest), worden evenre­dig vermin­derd. 

7. Als een werknemer een vakantiedag heeft opgenomen en hij raakt ziek (arbeidsongeschikt), dan geldt deze dag niet als vakan­tiedag. 

8. Bij langdurige (volledige) arbeidsongeschiktheid wordt uitsluitend over de laatste 6 maanden van de arbeidsongeschikt­heid recht op vakantiedagen opgebouwd. 

9. Bij het einde van een dienstbetrekking die tenminste een maand heeft geduurd, heeft de werknemer aanspraak op vakantie. Het aantal vakantiedagen wordt berekend naar verhouding van het aantal volle maanden waarover hij nog geen vakantie heeft genoten. Uitbetaling van een evenredig loon als vervanging van vakantiedagen is uitsluitend toegestaan bij beëindiging van het dienstverband. 

Artikel 16.         Vakantietijdvak 

1. De werknemer kan zijn vakantiedagen opne­men in de vorm van:
a. aaneengesloten vakantie;
b. snipperdagen. 

2. De werkgever stelt de tijdvakken van de vakantie tijdig vast en houdt zo veel mogelijk rekening met de wensen van de werknemer. Hij zorgt ervoor dat:
a. de werknemer gedurende minimaal 2 opeen­volgende weken vakantiedagen kan opnemen, op voorwaarde dat zijn aantal vakantiedagen toereikend is;
b. de werknemer een aaneengesloten vakantie van 3 weken kan opnemen, als het bedrijfsbelang dit toelaat en het aantal vakantiedagen van de werknemer toereikend is;
c. deze aaneengesloten vakantie ligt in de periode van 30 april tot 1 oktober. Zolang de betrokken werknemer nog partieel leerplichtig is, valt deze vakantie bovendien samen met zijn schoolvakantie. Op verzoek van de werknemer kan de werkgever anders bepalen.

3. 
Als voor een onderneming een bedrijfsvakantiesluiting geldt, kan de werkgever de aaneengesloten vakantie van de werknemer geheel of gedeeltelijk met die periode laten samenvallen.

4. Vakantiedagen die niet aaneengesloten worden opgenomen, zijn snipperdagen. Snipperdagen kunnen door de werknemer in overleg met de werkgever worden opgenomen in hele of in halve dagen. De werknemer vraagt de snipperdag als regel tenminste een week tevoren aan. 

5. Er worden geen vakantie- of snipperdagen opgenomen in de periode tussen 1 december en 31 december. Er worden ook geen vakantie- of snipperdagen opgenomen tijdens de week voorafgaande aan speciale bloemendagen zoals Moederdag, Valentijnsdag, Pasen en Secretaressedag, tenzij werkgever en werknemer in gezamenlijk overleg anders besluiten. 

Artikel 17.         Buitengewoon verlof 

Gelegenheid

Tijd 

 Opmerking

zijn eigen ondertrouw

1/2 dag 

op de dag dat hij in ondertrouw gaat. 

zijn eigen huwelijk

2 dagen 

de dag waarop het huwelijk voor de burgerlijke stand wordt gesloten en de daarop volgende dag 

zijn eigen 25-, 40- en 50-jarig huwelijkfeest

1 dag 

 

zijn 25-, 40- en 50-jarig dienstjubileum 

1 dag

 

bij de bevalling van zijn echtgenote 

2 dagen

 

bij het huwelijk van één van zijn ouders, kinderen, broers of zusters 

de dag waarop het betreffende huwelijk wordt gesloten 

mits de plechtigheid wordt bijgewoond 

bij het 25-, 50- of 60-jarig huwelijksjubeleum van één of beide ouders 

de dag waarop de plechtigheid wordt gevierd 

mits deze wordt bijgewoond 

bij het overlijden van zijn echtgenote/haar echtgenoot 

de sterfdag tot en met de dag van de begrafenis 

 

bij het overlijden van één van zijn oudersm schoonouders, eigen of aangetrouwde kinderen 

2 dagen 

1 dag bij het overlijden en 1 dag voor het bijwonen van de begrafenis 

bij het overlijden van één van zijn grootouders, kleinkinderen, broers, zusters, zwagers of schoonzusters 

1 dag 

de dag van de begrafenis 

bij zijn eigen verhuizing naar een andere woning 

1 dag 

op voorwaarde dat dit niet vaker dan eenmaal per 2 jaren voorkomt 

als kaderlid of afgevaardigde van een werknemersorganisatie 

de tijd die noodzakelijk is voor het bijwonen van cursussen en vergaderingen 

maximum van 6 dagen per jaar 

voor sollicitatiegesprekken

de tijd die werknemer nodig heeft 

alleen als de werkgever de dienstbetrekking heeft opgezegd 

als de werknemer binnen een periode van 3 jaar met pensioen gaat en deelneemt aan een cursus ter voorbereiding op de pensionering 

1x 

gedurende ten hoogste 5 dagen 

als de werknemer lid is van het bestuur of commissie van een organisatie zoals de Wet op de Bedrijfsorganisatie dat omschrijft 

de tijd die nodig is voor deelname aan vergaderingen van deze besturen of commissies 

wel recht op buitengewoon verlof maar zonder behoud van loon 


1. Onder ouders, kinderen, broers en zusters worden inbegrepen: stiefouders, stiefkinde­ren, stiefbroers en stiefzus­ters, pleegouders, pleegkinderen, pleegbroers en pleegzusters. Daarnaast worden onder ouders  schoonouders inbegrepen.

Duurzame samenlevingsvormen, die van te voren aan de werkgever kenbaar zijn gemaakt, worden met huwelijk gelijkge­steld. 

2. Als de werknemer lid is van het bestuur of commissie van een organisatie zoals de Wet op de Bedrijfs­organisatie dat omschrijft, mag hij deelnemen aan vergaderingen van deze besturen of commis­sies. Een werknemer heeft in dit geval wel recht op buitengewoon verlof maar zonder behoud van loon.

Tip:
Voor elke dag dat een werknemer tijdens arbeidstijd een vergadering of cursus van een werknemersorganisatie bijwoont, kan de werkgever de loonkosten declareren bij het Sociaal Fonds.

Artikel 18.         Arbeid en Zorg 

1. De werknemer heeft recht op 4 weken adoptieverlof. Het UWV verzorgt de uitkering over deze periode. In overleg met de werkgever kan deze periode uitgebreid worden met maximaal 2 weken. De opbouw van pensioenrechten en vakantiedagen loopt in deze periode gewoon door. 

2. De werknemer heeft recht op 2 dagen betaald kraamverlof binnen de eerste 4 weken dat het kind feitelijk op hetzelfde adres woont als de moeder. Daarnaast heeft de werknemer het recht om aansluitend vakantie op te nemen, tenzij hiertegen zwaarwegende bedrijfsbelangen bestaan. De werknemer heeft recht op onbetaald ouderschapsverlof. De omvang van het verlof is gelijk aan 26 maal de arbeidsduur per week over een periode van maximaal 12 maanden en geldt voor kinderen tot en met de basisschool. Het verlof wordt per week opgenomen, gedurende een aaneengesloten periode. Gedurende het ouderschapsverlof zal de werkgeversbijdrage aan de pensioenopbouw worden voortgezet. 

3. Calamiteitenverlof wordt volledig doorbetaald en kan overgaan in kort zorgverlof. 

4. Gedurende het korte zorgverlof heeft de werknemer recht op 100% loondoorbetaling tot maximaal 2 maal de wekelijkse arbeidstijd per jaar.