vbw
Inlog leden
Over VBW  |  Contact  |  Lid worden
Hoofdstuk 5 - CAO
Arbeidsongeschiktheid

Werknemers hebben in geval van ziekte recht op doorbetaling van het loon. Toch bestaan daarop ook uitzonderingen. Zowel een werkgever als een werknemer moet zich aan bepaalde regels houden. Aan de regels en de uitzonderingen op de loondoorbetalingsverplichting is dit hoofdstuk gewijd.

Hoofdstuk 5.    Arbeidsongeschikt

Artikel 19.         Arbeidsongeschiktheid 

1. Als een werknemer door ziekte arbeidsongeschikt is, bestaat er voor de werkgever gedurende 104 weken een verplichting het loon door te betalen. Over de eerste 52 weken (1e ziektejaar) is dit 100% van het  laatst verdiende nettoloon van de arbeidsongeschikte werknemer en de volgende 52 weken (2e ziektejaar) 70% van zijn laatst verdiende nettoloon. Uitzondering hierop is hetgeen in lid 5 en 6 van dit artikel wordt bepaald. 

2. De werkgever mag per ziekmelding op deze loondoorbetaling ten hoogste één wachtdag in mindering brengen, met een maximum van 2 wachtda­gen per werknemer per jaar. De werknemer mag door aftrek van wachtdagen niet onder het dan geldende niveau van het minimumloon komen. 

3. De werkgever mag geen wachtdag in mindering brengen als de arbeidsongeschiktheid het gevolg is van een incident dat bedrijfgerelateerd is. De vraag of een incident bedrijfgerelateerd is, wordt bepaald aan de hand van de heersende opvattingen. Incidenten zoals een overval, bedrijfsongeval en dergelijke worden beschouwd als bedrijfsgerelateerde incidenten. 

4. Voor het bepalen van het tijdvak van 52 weken - zoals bedoeld in lid 1 van dit artikel - worden ziekteperioden samengeteld, als zij elkaar met een onderbreking van minder dan één maand opvolgen. 

5. Uitzondering op het eerste lid van dit artikel is een werknemer die arbeidsongeschikt is wegens ziekte en die de leeftijd van 65 jaar bereikt. In dat geval vervalt de loondoorbetaling doordat het dienstverband eindigt vanwege het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. 

6. De Wet verbetering poortwachter maakt uitzonderingen op de termijn van 52 weken. Deze wet stelt dat de werknemer die arbeidsongeschikt is wegens ziekte, ook na 52 weken 100% van het laatst verdiende nettoloon ontvangt, in de volgende gevallen:
a. bij verwijtbaar handelen van de werkgever;

b. 
bij een gezamenlijke besluit van werkgever en werknemer tot uitstel van de aanvraag voor een uitkering op grond van de WIA;

c. gedurende de tijd dat de werknemer een second opinion aanvraagt over een aanbod tot vervangende passende arbeid, tenzij uit de second opinion blijkt dat de werknemer onterecht het aanbod heeft geweigerd. 

Artikel 20.         Ziek- en hersteldmelding werknemer 

1. De werknemer meldt zich bij ziekte  zo spoedig mogelijk ziek, of hij laat zich zo snel mogelijk ziek melden. Uiterlijk vóór het begin van de werktijd moet de werkgever op de hoogte zijn van de afwezigheid van de werknemer als gevolg van ziekte. . De werknemer neemt hierbij de bepalingen in acht zoals de werkgever die mogelijk in een huishoudelijk reglement heeft vastge­steld. 

2.
Zodra de werknemer weer hersteld is en in staat is tot het verrichten van zijn arbeid, is hij verplicht dit direct bij zijn werkgever te melden. 

3.
Een werknemer die weer geheel of gedeeltelijk in staat is tot het verrichten van arbeid, moet zijn werkzaamheden direct hervatten op de eerstvolgende voor hem gebruikelijke werkdag. 

Artikel 21.         Uitsluiting doorbetaling 

1. Als een werknemer niet in staat is te werken  door ziekte of arbeidsongeval is hij verplicht de medi­sche- en lekecontrole te ondergaan. Ook alle voorschriften die zijn werkgever in verband hiermee heeft uitgevaardigd, zijn op hem van toepassing. 

2.
Als de werknemer zich niet tijdig ziek meldt en/of de controlevoorschriften - zoals in lid 1 genoemd - negeert, dan kan dat tot gevolg hebben dat de doorbeta­ling wordt opgeschort. Naderhand kan een lagere doorbetaling of geen betaling van het opgeschorte loon worden uitge­keerd. 

3. De werkgever kan de loondoorbetaling - zoals bepaald in artikel 19 - opschorten, verlagen of in het geheel niet uitkeren:
a.
als de ziekte of het ongeval door opzet van de werknemer is veroorzaakt of het gevolg is van een gebrek of ziekte, waarover de werknemer bij het in dienst treden de werkgever desgevraagd geen of onjuiste inlichtin­gen heeft verstrekt; dit geldt niet ten aanzien van zwangerschap van de werknemer;

b. 
als de uitke­ring van de verze­ke­ring voor loondoorbetaling bij ziekte (die door de werkgever is afgesloten) geheel of gedeelte­lijk wordt gewei­gerd, op grond van omstandigheden die door opzet of schuld van de werkne­mer zijn ontstaan;

c. als de werknemer voor het betreffende ziektegeval bij derden een vordering tot schadever­goe­ding wegens loonderving kan indienen; in dat geval zal de werkgever de in artikel 19 genoemde uitkering aan de werk­nemer geven, maar alleen bij wijze van voorschot op deze schadevergoe­ding. De werknemer wordt geacht zijn recht op scha­devergoeding aan de werkgever te m
elden en is verplicht een hierop betrekking hebbende akte van cessie te tekenen. De werkgever zal het voorschot met de uit te keren schadevergoeding verrekenen.