In de branche zijn het Sociaal Fonds en de Sociale Commissie actief. Het is als werkgever en als werknemer in de branche handig om te weten wat zij exact voor u kunnen betekenen, bijvoorbeeld welke rol de Sociale Commissie kan spelen bij het toepassen van deze cao. Ook handig om te weten is wie onder deze cao vallen en hoe lang de looptijd is. Aantal kilometers enkele reis
Hoofdstuk 7 Wat u verder moet weten
Artikel 24. Pensioen
Met ingang van 1 januari 2006 heeft het bedrijfspensioenfonds Detailhandel de verdere opbouw van de branche pre-pensioenregeling stopgezet. Desgewenst kunnen werknemers hun opgebouwde rechten overhevelen naar de nieuwe pensioenregeling. Deze wordt uitgevoerd door Interpolis Pensioenbeheer te Utrecht. De totale verplichte pensioenpremie over het loon waarover premie wordt geheven bedraagt 16,2%. De werkgever betaalt hiervan minimaal 11,925% en mag maximaal 4,275% pensioenpremie inhouden op het loon van de werknemer die pensioen opbouwt (nadere informatie: www.pensioendetailhandel.nl).
Artikel 25. Sociaal Fonds
1. Doel
Het doel van de Stichting Sociaal Fonds Gespecialiseerde Bloemendetailhandel is het financieren van activiteiten die gericht zijn op het in sociaal opzicht optimaal functioneren van de Gespecialiseerde Bloemendetailhandel. Deze activiteiten zijn bijvoorbeeld:
a. voorlichting over arbeidsvoorwaarden, met name over de CAO;
b. onderzoek naar arbeidsomstandigheden;
c. onderzoek naar de effecten op het welzijn van de werknemers van nieuwe ontwikkelingen, met name op het gebied van de distributie;
d. het verrichten van opleiding, vormings- en ontwikkelingswerk.
2. Financiering
Met ingang van 1 januari 2005 is de premie verhoogd met 0,15 % teneinde artikel 5 lid 7, artikel 25 lid 3 en artikel 29 te financieren. Hiermee komt de totale bijdrage aan het Sociaal Fonds Bloemendetailhandel op 0,75% van de loonsom per jaar, waarvan 0,05% voor rekening van de werknemer komt en 0,7% voor rekening van de werkgever.
Artikel 26. Sociale Commissie
1. Inwerkingtreding
Met ingang van 1 april 1999 is in de bloemendetailhandel een Sociale Commissie ingesteld.
2. Taken
De Sociale Commissie heeft de volgende taken:
a. het op schriftelijk verzoek van een werkgever of werknemer ontheffing verlenen van de regels in deze CAO;
b. het geven van een bindend advies bij geschillen over de uitleg en/of toepassing van deze CAO, wanneer werkgever en werknemer op voorhand verklaren dat advies te accepteren. Daarvoor moet wel een schriftelijk verzoek worden ingediend;
c. het geven van advies omtrent uitleg en toepassing van de regels van deze CAO.
Een verzoek om zo’n advies dient bij één van de sociale partners te worden ingediend, die de Sociale Commissie kan vragen om een uitspraak. De Sociale Commissie bestaat uit 2 leden die benoemd zijn door de werkgeversorganisatie en 2 leden die benoemd zijn door de werknemersorganisaties.
3. Financiering
De kosten ter instandhouding van de Sociale Commissie worden gedragen door het Sociaal Fonds.
Artikel 27. Betaling vakbondsbijdrage
1. De huidige belastingwetgeving kent fiscale faciliteiten voor de vakbondscontributie.
2. Werkgevers zullen, afhankelijk van de fiscale mogelijkheden, vakbondsleden van FNV Bondgenoten en CNV Dienstenbond deze faciliteit bieden en de vakbondsbijdrage van de werknemers via het brutosalaris laten voldoen.
3. De aansprakelijkheid tot en de betalingsverplichting zelf voor deze betaling wordt niet overgenomen.
4. De faciliteit wordt aangeboden met ingang van 1 januari 2005.
Artikel 28. Segmentbepaling ambulante handel
1. Enkel voor ondernemers in de ambulante handel zijn de leden twee tot en met vier van toepassing.
2. Voor reisuren wordt het normale voor de werknemer geldende uurloon betaald.
3. Als reisuren worden beschouwd de uren die de werknemer direct voorafgaand of direct aansluitend aan de dienst reist van de vestigingsplaats van de werkgever naar het object waar de werkzaamheden moeten worden verricht of visa versa indien en voor zover dit geschiedt met door de werkgever beschikbaar gesteld rijdend materiaal of een door de werkgever beschikbaar gesteld vervoermiddel dat geschikt is voor het vervoer van personen en/of eventueel materiaal en in de regel als zodanig wordt benut. Reisuren worden niet beschouwd als arbeidstijd.
4. Het aantal reisuren voor de werknemer die het voertuig, zoals bedoeld in lid 3, bestuurt wordt vastgesteld op basis van onderstaande tabel.
Totaal aantal reisuren per dag
0 - 30
0,5
31 - 60
1
61 - 100
1,5
101 - 150
2
151 - 200
2,5
> 200
3
Artikel 29. Actualisatie van de functiebeschrijvingen
Om een beter aansluiting te krijgen op de werkpraktijk zullen door sociale partners nieuwe functiebeschrijvingen worden opgesteld, aangevuld met een herziend functiewaarderingssysteem. Dit resulteert in een nieuw functiegebouw, dat in lijn ligt met het eerder uitgebrachte advies van een werkgroep van bloemisten en werknemers uit de branche, Voor een geaccrediteerde toetsing hiervan zal een door sociale partners te selecteren gespecialiseerde organisatie worden ingezet. In deze CAO-periode zal geen nieuw loongebouw worden ontwikkeld. Het project wordt gefinancierd uit het Sociaal Fonds.
Artikel 30. Toepasselijkheid cao op uitzendkrachten
Aanmelding van de cao bij de Stichting Meldingsbureau Uitzendbranche is komen te vervallen. Door partijen zal worden onderzocht in hoeverre gebruik gemaakt kan worden van de mogelijkheid om voor zogenoemde vakkrachten de toepassing van de cao voor lonen en toeslagen te handhaven. Voorzover dit kan, zal dit worden vormgegeven.
Artikel 31. Protocol naleving CAO
1. Om tot een verbetering van de naleving van de CAO te komen is er een meldpunt ingericht.
2. Dit meldpunt heeft tot doel een eerste informatie te geven aan betrokkenen ten aanzien van problemen en vraagpunten bij de CAO. Naleving zal zo worden vormgegeven dat het de posities en belangen van partijen niet onnodig aantast.
3. Financiering van het meldpunt geschiedt door het Sociaal Fonds.
Artikel 32. Winnen met leren
Sociale partners onderschrijven het belang van deskundige medewerkers en vakkrachten. Dit betekent allereerst dat in deze CAO-periode de reguliere vakopleidingen getoetst en waar nodig verbeterd zullen worden. Dit betreft niet alleen het BOL- en BBL-onderwijs, maar ook de aangeboden (vakmatige) cursussen. Daarbij wordt in overleg tussen scholen, bedrijfsleven en werknemersorganisatie ook een herzien protocol voor praktijkleren met een praktijkleerplan ontwikkeld, waarin rechten, plichten en afspraken van de stagiair, de school en het bedrijfsleven nadrukkelijk omschreven staan. Hierbij worden werkgevers nadere training aangeboden in het coachen en begeleiden van praktijkleren. Tevens zullen de normen voor leerbedrijf waar nodig aangepast en op het juiste leerniveau worden gebracht.
Daarnaast zal in aansluiting op het instrument Bloemist-in-Beeld een module worden toegevoegd, waarmee gemakkelijk inzicht kan worden verkregen in het huidige en gewenste kwaliteitsniveau van de medewerkers in de bedrijven. Werkgevers en werknemers kunnen dan bij een jaargesprek deze informatie gebruiken voor de kwaliteitsontwikkeling van medewerkers. Sociale partners zullen zorgdragen voor het aanbieden van een passend vakmatig trainings- en ontwikkelingsprogramma, waarbij in de komende CAO-periode een pilot zal worden gehouden met de inzet van een trainingsconsulent/adviseur.
Op grond van bovenstaande analyse zullen sociale partners in goed overleg bepalen voor welke opleiding/training er een diplomapremie beschikbaar wordt gesteld, die met ingang van 1 januari 2010 zal worden verhoogd van € 250,-- naar € 275,--.
Artikel 33. Mobiliteitscentrum
Niet alleen vanwege huidige economische omstandigheden, maar ook gericht op de toekomst, zijn sociale partners overeengekomen een (digitaal) mobiliteitscentrum te ontwikkelen en in te richten. In dit mobiliteitscentrum kunnen allereerst huidige medewerkers voor de branche behouden blijven, door begeleiding van werk-naar-werk. Tegelijkertijd biedt het mobiliteitscentrum instroomkansen aan nieuwe en toekomstige medewerkers, door ook stageplaatsen aan te bieden. Ten slotte ondersteunt het mobiliteitscentrum werkgevers in het vinden van nieuwe medewerkers en het begeleiden van werk-naar-werk bij boventallige capaciteit. Volgens planning zal dit mobiliteitscentrum in ontwikkeling zijn per 1 januari 2010.
Artikel 34. Looptijd van de CAO
De looptijd van deze CAO is van 1 januari 2009 tot en met 31 maart 2011.
Preambule
In de volgende CAO periode zullen nadere afspraken gemaakt worden over de geactualiseerde opleidingen waarvoor bij het behalen van een diploma een diplomapremie is te verkrijgen (artikel 6 lid 2).
